Nierdialyse.nl

Alles over de nieren en dialyse

Nierdialyse.nl

Niertransplantatie

Als de nieren beschadigd zijn en nog maar 10 of 20% van hun capaciteit hebben, is het nodig om in te grijpen. Zonder nieren kan een mens namelijk niet leven. Als de nieren dus niet meer (goed) functioneren, moet de nierfunctie op een andere manier uitgevoerd worden. Dit kan op twee manieren: via dialyse (nierdialyse) of een niertransplantatie.

Nierdialyse is een ingrijpende behandeling: afhankelijk van de precieze variant, moet er meerdere keren per week of zelfs dagelijks behandeld worden. Veel nierpatiënten hebben daarom liever een niertransplantatie. Als iemand een nieuwe nier krijgt, gaat de gezondheid sterk vooruit en is nierdialyse niet meer nodig. Een nieuwe nier kan 50% van de oorspronkelijke nierfunctie teruggeven. Dat is voldoende voor een goede nierfunctie.

Dwarsdoorsnede lichaam met getransplanteerde nier

Elke dialysepatiënt die aangemeld wordt voor transplantatie, moet een aantal onderzoeken ondergaan voordat deze op de lijst voor een transplantatie komt. Onderzoek wordt gedaan naar de bloedgroep en een weefseltypering, om de aard van de afstotingsreactie te kunnen voorspellen en de kans hierop te verkleinen.Voor goedkeuring wordt gekeken naar leeftijd, lichamelijke conditie, onderliggende ziekte waardoor de nierfunctiestoornis is ontstaan, bijkomende ziekten en afwijkingen en mentale gesteldheid. Volgt er een positief advies, dan wordt de patiënt aangemeld bij een transplantatiecentrum en op de lijst van Eurotransplant in Leiden gezet.

De donornier kan van een overledene komen (ook wel postmortale donor genoemd), maar ook van een levende donor. In dat laatste geval is het meestal van een familielid of van een bekende. Tegenwoordig wordt er ook getransplanteerd met een levende donor volgens de cross-over procedure, waarbij patiënten, wanneer de eigen levende donor niet geschikt is, deze doneren aan een andere transplantatiepatiënt in ruil voor de (wel geschikte) donornier die deze patiënt ter beschikking heeft.

Door het grote tekort aan donornieren kan de wachttijd voor een niertransplantatie met een donornier van een overledene oplopen tot meer dan 4 jaar. Als er een geschikte donornier is gevonden, wordt eerst een kruisproef gedaan. Hierbij wordt bloed van de patiënt gemengd met bloed van de donor. Uit de reactie kan soms worden afgeleid dat de donornier afgestoten zal worden. De transplantatie gaat dan helaas niet door. Als de kruisproef goed is, zal de transplantatie doorgaan.

Bij de niertransplantatie wordt de nier onderin de buik geplaatst en verbonden met de blaas. De eigen nieren blijven meestal zitten.

Na de transplantatie

Bij drie op de vier ontvangers van een nier, gaat de nieuwe nier na ongeveer twee tot drie dagen werken. Soms duurt het wat langer. De snelheid waarmee de nieuwe nier gaat werken zegt niets over het lange termijn effect en daarmee over het succes van de transplantatie.

Een complicatie die kan optreden, is afstoting van de getransplanteerde nier door het lichaam. Dat kan snel gebeuren, maar ook pas jaren later optreden. Ongeveer 1 op de 4 ontvangers van een nier, krijgt te maken met afstoting. Als er sprake is van chronische afstoting kan het transplantaat op de lange duur niet meer behouden blijven en zal de patiënt weer nierfunctie-vervangende therapie (dialyse of een nieuwe transplantatie) moeten ondergaan.

Het is mogelijk om na afstoting opnieuw een niertransplantatie te ondergaan. Wel komt de patiënt weer op de wachtlijst te staan.

De patiënt krijgt na de transplantatie medicijnen die de kans op afstoting moeten verminderen. Deze medicijnen onderdrukken de afweerreactie van het lichaam. Helaas hebben ze ook vervelende bijwerkingen en verhogen ze de kans op infecties, huidafwijkingen, haaruitval, plaatselijke vetafzetting, gewichtstoename. Gelukkig worden de medicijnen steeds beter en hebben steeds minder bijwerkingen.

Als alles goed gaat met de nieuwe nier, verandert het leven meestal weer compleet! De afhankelijkheid van dialyse verdwijnt, mensen kunnen weer normaal meedoen in het dagelijks leven en men kan er ook heel lang mee voort. Sommige patiënten leven nu al 30 jaar met een donornier.